Schrijven is onzeker, publiceren is onzekerheid overwinnen
Soms heb ik van die dagen waarop alles lijkt te lukken. Dan vind ik exact de juiste woorden, die precies die zin vormen om het gevoel te delen dat ik bedoelde. Het verhaal dat ik vertel klopt. Iedere dialoog lijkt rechtstreeks uit een tegenoverliggend treinzitje te komen. (Je kan me niet wijsmaken dat ik de enige ben die flarden van trein-gesprekken opvangt, om daar dan de wildste conclusies uit te trekken). Die dagen is het duidelijk waarom ik dit doe, schrijven.
Soms heb ik van die dagen waarop alles lijkt te lukken. Dan vind ik exact de juiste woorden, die precies die zin vormen om het gevoel te delen dat ik bedoelde. Het verhaal dat ik vertel klopt. Iedere dialoog lijkt rechtstreeks uit een tegenoverliggend treinzitje te komen. (Je kan me niet wijsmaken dat ik de enige ben die flarden van trein-gesprekken opvangt, om daar dan de wildste conclusies uit te trekken). Die dagen is het duidelijk waarom ik dit doe, schrijven.
Lang niet alle dagen zijn echter… zo. Misschien nog wel vaker ligt de onzekerheid op de loer. Het stemmetje in me dat steeds fluistert dat het niet goed genoeg is, dat ik niet goed genoeg ben, en dat ik dat ook nooit zal worden. De zelftwijfel nestelt zich diep in mijn lichaam en sijpelt mijn vingers uit.
De woorden die ik wil gebruiken voeleen taai en saai, de zinnen komen nergens echt tot leven. Het verhaal dat ik probeer te vertellen, is niet interessant genoeg. En al dat getik tik tik is niks meer dan verspilling van tijd.
Hoe ga je op die dagen in hemelsnaam door? Als de wanhoop op de loer ligt en de motivatie zich verstopt heeft? Wat als die dagen zich aaneenrijgen en je eigenlijk niet meer weet waar je het voor doet?
Onzekerheid werkt verlammend. Het geeft je de valse belofte dat als je gewoon stopt dat je je weer goed zal voelen. Dat je beter niks kunt doen.
schrijven in een koffiebar
Iedereen die ooit iets gemaakt heeft, iedereen die ooit iets van waarde heeft willen voortbrengen, heeft vroeg of laat oog in oog gestaan met onzekerheid. De kunst is niet het te negeren of er naar te luisteren. De kunst is ook niet de onzekerheid te omarmen.
Je taak in het creatieve proces is door de onzekerheid heengaan, en er aan de andere kant sterker uitkomen, of toch hopelijk. De dingen in het leven die er voor jou toe doen, zullen eng zijn, zullen onzekerheden opwekken. Zullen je doen twijfelen aan eerder als waarheid gecategoriseerde ideeën.
Twijfels en onzekerheden kunnen als wegwijzers dienen. In het leven, maar ook in je creatieve reis. Ze wijzen aan wat belangrijk voor je is, waar je nog aan kunt werken om beter te worden.
Misschien wel de twijfel en onzekerheid die me het zwaarste valt, is de aloude angst: “wat zullen ze van me vinden?”
Het gaat dan niet enkel over een tekst of verhaal die ik zelf niet helemaal lekker vind lopen, maar vooral over de reacties die ik alvast incalculeer. Dingen die mensen eventueel over me zouden kunnen zeggen of denken. Over mij, over mijn schrijven en over alles waarin die twee dingen overlappen.
Als je gaat publiceren, of dat nou mijn debuutroman of dit blog is, kies je er bewust voor om het beest in de ogen te kijken. Het overwinnen van dat gevoel.
Elke keer dat je iets deelt met de wereld, deel je zoveel meer dan een verhaal. Je deelt die kracht die vrijkomt bij het overwinnen van die onzekerheid en twijfels.
Wanneer is een boek “af”?
Het schrijven van een eerste versie van je manuscript is spannend, leuk, inspirerend, soms frustrerend, verwarrend en leerzaam. Een eerste versie “hoeft” nog niks te zijn; het is het vertellen van het verhaal aan jezelf. Je hoeft nog niet bezig te zijn met logica, stijl of taalfouten. Grammatica mag ook nog even achterwege blijven. Letterlijk het enige dat een eerste versie moet doen is bestaan.
Maar dan. Dan zet je die laatste punt, je wrijft het zweet van je voorhoofd en klapt je laptop dicht.
Het schrijven van een eerste versie van je manuscript is spannend, leuk, inspirerend, soms frustrerend, verwarrend en leerzaam. Een eerste versie “hoeft” nog niks te zijn; het is het vertellen van het verhaal aan jezelf. Je hoeft nog niet bezig te zijn met logica, stijl of taalfouten. Grammatica mag ook nog even achterwege blijven. Letterlijk het enige dat een eerste versie moet doen is bestaan.
Maar dan. Dan zet je die laatste punt, je wrijft het zweet van je voorhoofd en klapt je laptop dicht.
De eerste versie bestaat. En dan begint het schaven. Zitten er taalfouten in, verkeerd geplaatste komma’s of spaties? Valt je verhaal in herhaling, of gaat het juist te snel? Zijn er dingen die je over het hoofd hebt gezien? Voelen je personages als echte mensen?
Het is als het maken van een legpuzzel waarvan sommige stukjes ontbreken en er van sommige juist teveel zijn.
Het herschrijven van mijn eerste versie bracht veel frustratie met zich mee. De eerste versie had ik binnen een week geschreven. Het was een marathon. Elke dag moest ik gedisciplineerd aan mijn bureau gaan zitten en urenlang schrijven, schrijven, schrijven. Ik dompelde me volledig onder in de wereld van mijn roman. Aan het eind van de week had ik vijfenzestigduizend woorden op papier. Dat is een heel mooi aantal voor een literaire roman. Ik was tevreden. Voor even.
Het verhaal was nog lang niet wat ik wilde dat het was, er moest veel worden herschreven en nog eens extra gecheckt op spelfouten.
schrijven is schrappen…
De tweede versie die ik schreef bewoog zich al meer richting het eindpunt dat ik voor ogen had, al zaten er nog een hoop plotpunten die niet helemaal goed voelden. Sommige dingen klopten simpelweg niet of waren net iets te onrealistisch. Bij fictie knijpt een lezer best eens een oogje dicht, maar je kunt dat ook te ver oprekken. Toen een redacteur zijn blik erover liet gaan en tot dezelfde conclusie kwam, besloot ik het einde te herschrijven. Stiekem had ik gehoopt dat het plotgat wel mee zou vallen en dat ik het verhaal zo kon laten staan, maar diep vanbinnen wist ik al dat het niet sterk genoeg was.
Met dat herschreven einde kwamen nog andere problemen. Een aantal hoofdstukken eerder in het manuscript klopten nu ook niet meer in zijn geheel, dus die moesten ook herschreven worden. Het was niet een puzzel waarvoor ik de verkeerde stukjes had, maar een puzzel waarvoor ik de stukjes nog moest gaan zoeken. Daar ging tijd overheen, maar langzaam maar zeker, met geduld en inspanning, vond ik die stukjes.
Zo ging ik verder met de derde en vierde versie. Steeds werd het een tikkeltje anders, en steeds een beetje beter. Sommige hoofdstukken gingen er in het geheel uit, terwijl er hier en daar wat stukken werden toegevoegd. De personages waren aan gaan voelen als oude bekenden, het verhaal vloeide.
Dit was een versie die mensen mochten lezen.
Lezers die er iets van gingen vinden.
En dus ging ik ook op een nieuwe manier naar het verhaal kijken. Met hun verse ogen hadden ze het verhaal doorgespit en dingen gezien die ik al niet meer opmerkte. Kanttekeningen die ik ook weer in het verhaal kon verwerken. Maar ook spellingsfouten en grammaticale missers, oneindig en oneindig veel. De tekst die ik al twintig keer had gelezen, bleek nog steeds niet foutvrij. Nog een reden waarom het belangrijk is mensen je tekst te laten lezen!
Maar was het nu dan af?
Ik kon mijn manuscript oneindig laten lezen en laten beoordelen, en dan oneindig vaak herschrijven en schaven. Iedereen zou wel iets aan te merken hebben en ik kon nooit iedereen tevreden stellen.
Er komt een moment dat je de controle los moet laten.
Er kwam een moment dat ik zelf moest beslissen of het goed was.
Dat het goed was.
Misschien is een boek wel nooit echt af.
Misschien is een boek af als het gelezen wordt.
Waarom ik een onafhankelijke uitgeverij begon (en niet wachtte tot iemand anders ja zei)
Vanaf dat ik jong was, wilde ik schrijver zijn en ik heb er sindsdien niet meer over nagedacht. Het was een waarheid, iets dat zó ontzettend logisch was, dat ik er niet al te veel gedachtes aan besteedde. Waar ik als kind vooral genoot van het verdwijnen in verhalen, besefte ik al volwassene pas echt de waarde die woorden hadden, en dat bracht meteen twijfel. Want wie was ik om mijn woorden met de wereld te delen? Wie zat er te wachten op wat ik te zeggen had? Er was al zoveel geschreven, boekwinkels puilden uit, was ik wel goed genoeg?
Vanaf dat ik jong was, wilde ik schrijver zijn en ik heb er sindsdien niet meer over nagedacht. Het was een waarheid, iets dat zó ontzettend logisch was, dat ik er niet al te veel gedachtes aan besteedde. Waar ik als kind vooral genoot van het verdwijnen in verhalen, besefte ik al volwassene pas echt de waarde die woorden hadden, en dat bracht meteen twijfel. Want wie was ik om mijn woorden met de wereld te delen? Wie zat er te wachten op wat ik te zeggen had? Er was al zoveel geschreven, boekwinkels puilden uit, was ik wel goed genoeg?
Iedere aarzeling leek zich als een baksteen vast te zetten, met onzekerheid als cement. Die muur van twijfel werd zo hoog, dat het bijna op veiligheid ging lijken.
Bijna. Want bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik bleef schrijven, ook toen ik dacht dat niemand het ooit zou lezen of dat het niet goed genoeg was.
Ik probeerde sterker te zijn dan de twijfel en stukje bij beetje brokkelde die muur van twijfel af. Ik leerde dat je het moet aangaan, het creatieve proces, het schrijf proces. Zoals een oud president ooit zei: “niet omdat het makkelijk is, maar juist omdat het moeilijk is.”
Want het is de moeite waard.
Een boek uitgeven is een heel ander proces dan schrijven. Schrijven is naar binnen keren, het is alleen zijn, en de tijd nemen. Het is uitproberen, falen en dan net zo lang schaven tot je in de buurt komt van tevreden zijn.
Het uitgeef proces is juist naar buiten gericht, het is onder mensen komen, of toch in elk geval je verhaal onder de mensen brengen. Het is risico’s nemen, het is jezelf laten zien.
Vanaf het moment dat ik mijn manuscript af had, wilde ik dat aangaan. Wat me tegenstond echter, was de enorme muren die ook hier weer bleken. Dit keer niet door mijn eigen twijfel opgeworpen, maar door de wereld. De uitgeefwereld wordt gedomineerd door trends en commercie, door snelheid en tijdsgeest. Dat prachtige proces van creëren lijkt daardoor in de knel te komen. Wij mensen zijn makers, willen iets toevoegen, spelen en uitproberen. Dat is waarvoor we hier zijn, en dat is wat we moeten doen.
De tijd van me tegen laten houden door twijfel is voorbij, besloot ik en dus koos ik ervoor het zelf te gaan doen. Een eigen onafhankelijke uitgeverij beginnen! Niet alleen mijn eigen verhalen kan ik hierin kwijt, maar ook mijn passie voor verhalen, lezen en schrijven. Een literaire ecosysteem, van de eerste letter tot de laatste punt. Ik stel aan u voor Libritas, een plek waar schrijvers en lezers samen komen.
En waar we de stenen niet meer gebruiken voor muren, maar om bruggen te bouwen.