Wanneer is een boek “af”?
Het schrijven van een eerste versie van je manuscript is spannend, leuk, inspirerend, soms frustrerend, verwarrend en leerzaam. Een eerste versie “hoeft” nog niks te zijn; het is het vertellen van het verhaal aan jezelf. Je hoeft nog niet bezig te zijn met logica, stijl of taalfouten. Grammatica mag ook nog even achterwege blijven. Letterlijk het enige dat een eerste versie moet doen is bestaan.
Maar dan. Dan zet je die laatste punt, je wrijft het zweet van je voorhoofd en klapt je laptop dicht.
De eerste versie bestaat. En dan begint het schaven. Zitten er taalfouten in, verkeerd geplaatste komma’s of spaties? Valt je verhaal in herhaling, of gaat het juist te snel? Zijn er dingen die je over het hoofd hebt gezien? Voelen je personages als echte mensen?
Het is als het maken van een legpuzzel waarvan sommige stukjes ontbreken en er van sommige juist teveel zijn.
Het herschrijven van mijn eerste versie bracht veel frustratie met zich mee. De eerste versie had ik binnen een week geschreven. Het was een marathon. Elke dag moest ik gedisciplineerd aan mijn bureau gaan zitten en urenlang schrijven, schrijven, schrijven. Ik dompelde me volledig onder in de wereld van mijn roman. Aan het eind van de week had ik vijfenzestigduizend woorden op papier. Dat is een heel mooi aantal voor een literaire roman. Ik was tevreden. Voor even.
Het verhaal was nog lang niet wat ik wilde dat het was, er moest veel worden herschreven en nog eens extra gecheckt op spelfouten.
schrijven is schrappen…
De tweede versie die ik schreef bewoog zich al meer richting het eindpunt dat ik voor ogen had, al zaten er nog een hoop plotpunten die niet helemaal goed voelden. Sommige dingen klopten simpelweg niet of waren net iets te onrealistisch. Bij fictie knijpt een lezer best eens een oogje dicht, maar je kunt dat ook te ver oprekken. Toen een redacteur zijn blik erover liet gaan en tot dezelfde conclusie kwam, besloot ik het einde te herschrijven. Stiekem had ik gehoopt dat het plotgat wel mee zou vallen en dat ik het verhaal zo kon laten staan, maar diep vanbinnen wist ik al dat het niet sterk genoeg was.
Met dat herschreven einde kwamen nog andere problemen. Een aantal hoofdstukken eerder in het manuscript klopten nu ook niet meer in zijn geheel, dus die moesten ook herschreven worden. Het was niet een puzzel waarvoor ik de verkeerde stukjes had, maar een puzzel waarvoor ik de stukjes nog moest gaan zoeken. Daar ging tijd overheen, maar langzaam maar zeker, met geduld en inspanning, vond ik die stukjes.
Zo ging ik verder met de derde en vierde versie. Steeds werd het een tikkeltje anders, en steeds een beetje beter. Sommige hoofdstukken gingen er in het geheel uit, terwijl er hier en daar wat stukken werden toegevoegd. De personages waren aan gaan voelen als oude bekenden, het verhaal vloeide.
Dit was een versie die mensen mochten lezen.
Lezers die er iets van gingen vinden.
En dus ging ik ook op een nieuwe manier naar het verhaal kijken. Met hun verse ogen hadden ze het verhaal doorgespit en dingen gezien die ik al niet meer opmerkte. Kanttekeningen die ik ook weer in het verhaal kon verwerken. Maar ook spellingsfouten en grammaticale missers, oneindig en oneindig veel. De tekst die ik al twintig keer had gelezen, bleek nog steeds niet foutvrij. Nog een reden waarom het belangrijk is mensen je tekst te laten lezen!
Maar was het nu dan af?
Ik kon mijn manuscript oneindig laten lezen en laten beoordelen, en dan oneindig vaak herschrijven en schaven. Iedereen zou wel iets aan te merken hebben en ik kon nooit iedereen tevreden stellen.
Er komt een moment dat je de controle los moet laten.
Er kwam een moment dat ik zelf moest beslissen of het goed was.
Dat het goed was.
Misschien is een boek wel nooit echt af.
Misschien is een boek af als het gelezen wordt.